Rijstepap koken in een koekenpan is eenvoudiger dan je misschien denkt. Je hebt er geen dure apparatuur of ingewikkelde ingrediënten voor nodig. Gewoon een degelijke koekenpan, een beetje geduld en natuurlijk zin in een ouderwetse, zachte rijstepap zoals oma die vroeger maakte. Het is een gerecht dat troost biedt, vult én verrassend veelzijdig is. Bovendien is het een leuke manier om rijst op een heel andere manier te gebruiken dan bij de warme maaltijd.
Voor vier personen is het prima te doen in een ruime koekenpan, zolang je op een laag vuur blijft werken en regelmatig blijft roeren. De truc is om de pap langzaam te laten garen en vooral niet te hard te koken. Dan brandt het snel aan. In dit recept gebruiken we volle melk en dessertrijst, maar je kunt het natuurlijk naar wens aanpassen. Met kaneel, vanille, kokosmelk of zelfs een scheutje room maak je er echt iets van jezelf van.

Hoelang rijstepap koken?
Benodigdheden
- Ruime koekenpan (liefst met dikke bodem)
- Houten lepel of siliconen spatel
- Maatbeker
- Theelepel
- Keukenwekker of timer
Ingrediënten
- 150 gram dessertrijst ook wel paprijst of rondkorrelrijst genoemd
- 1 liter volle melk
- 50 gram kristalsuiker
- 1 snufje zout
- 1 theelepel vanille-extract optioneel
- 1 klontje boter ongeveer 10 gram
Stapsgewijze handleiding
1. Melk verwarmen
- Zet de koekenpan op middelhoog vuur en giet de melk erin. Voeg een snufje zout toe en eventueel de vanille. Laat de melk langzaam warm worden. Roer af en toe zodat er geen vel ontstaat.
2. Rijst toevoegen en bereiden
- Als de melk warm is (maar nog niet kookt), voeg je de rijst toe. Roer goed door zodat alle korrels in aanraking komen met de melk. Zet het vuur nu wat lager, zodat het geheel nét tegen het kookpunt aan blijft.
- Laat de pap ongeveer 35 tot 45 minuten zachtjes koken. Roer regelmatig met een houten lepel of siliconen spatel, vooral over de bodem van de pan. Zo voorkom je aanbranden. Naarmate de pap dikker wordt, moet je vaker roeren.
- Als de rijst gaar en de pap dik is, voeg je de suiker toe. Roer nog een paar minuten door tot alles goed is opgelost. Doe dan het klontje boter erbij voor een extra romige smaak.
3. Serveren of laten afkoelen
- Serveer de rijstepap warm, direct uit de pan. Of laat hem eerst afkoelen tot kamertemperatuur en zet hem dan in de koelkast voor een koude variant. Bestrooi eventueel met kaneel of rozijnen.
Anders bereiden
- Grill
In aluminium bakjes kun je afgekoelde rijstepap licht karamelliseren onder een grill. Wel goed blijven opletten dat het niet verbrandt. - Barbecue
Gebruik kleine hittebestendige schaaltjes met afgekoelde pap. Zet ze aan de zijkant van het rooster en laat ze langzaam warm worden. Heerlijk met een scheutje honing. - Airfryer
Zet porties afgekoelde pap in ovenschaaltjes en verwarm op 160 graden Celsius voor 10 minuten. Lekker met een korstje van bruine suiker. - Magnetron
Restjes rijstepap kun je prima opwarmen in de magnetron. Doe dit op 600 watt gedurende 2 à 3 minuten. Halverwege even doorroeren. - Friteuse
Maak van afgekoelde rijstepap kleine balletjes, haal ze door paneermeel en frituur tot ze goudbruin zijn. Zo krijg je knapperige rijstepapballetjes: verrassend lekker als dessert.
Hoelang is rijstepap houdbaar?
Zelfgemaakte rijstepap is in de koelkast ongeveer 3 tot 4 dagen houdbaar. Bewaar de pap in een afgesloten bakje of schaal met vershoudfolie. Laat de pap eerst helemaal afkoelen voordat je hem in de koelkast zet. Invriezen kan ook, maar de structuur wordt na ontdooien wat korreliger. Wil je dat proberen? Doe het dan in porties en gebruik een goed afsluitbaar diepvriesbakje. In de vriezer blijft rijstepap tot 3 maanden goed. Bij het opwarmen opnieuw goed doorroeren.
Vijf variaties en aanpassingen
- Vervang de helft van de melk door kokosmelk voor een tropische smaak.
- Laat de suiker weg en serveer met appelmoes of vers fruit voor een gezondere versie.
- Voeg op het einde een handje rozijnen toe voor extra zoetheid.
- Een klassieke combinatie die de pap fris en kruidig maakt.
- Gebruik plantaardige melk (bijvoorbeeld amandel- of havermelk) en laat de boter weg.